Welke technologieën hebben in 2024 daadwerkelijk vooruitgang geboekt, en welke blijven op het niveau van marketingbelofte? Tussen de massale adoptie van generatieve AI in bedrijven en de opkomst van neuromorfe chips die minder dan één milliwatt verbruiken, schetsen de technologische innovaties van 2024 een contrasterend landschap. Dit artikel meet de kloof tussen werkelijke adoptie, technische volwassenheid en milieu-impact.
Neuromorfe chips en AI aan de rand: de stille doorbraak van 2024
De grote generatieve AI-modellen trekken de media-aandacht, maar een andere familie van processors maakt stille vooruitgang. Neuromorfe chips, ontworpen om de werking van biologische neuronen na te bootsen, stellen in staat om taken van kunstmatige intelligentie direct op sensoren of ingebedde apparaten uit te voeren, zonder verbinding met de cloud.
De Akida Pico-chip van BrainChip illustreert deze trend: hij werkt met minder dan één milliwatt verbruik, een drempel die AI op apparaten die op batterijen of energieherwinning draaien mogelijk maakt. BrainChip heeft bovendien een strategische overeenkomst gesloten met Parsons om de uitrol van AI-systemen aan de rand in de defensiesector te versnellen.
Dit type technologie ontbreekt in de meeste “trends 2024” rapporten, terwijl het voldoet aan een belangrijke vereiste: gegevens lokaal verwerken, zonder netwerklatentie en zonder energiekosten gerelateerd aan datacenters. Voor bedrijven die het nieuws over innovaties volgen op de tech-pagina van Net Addict, verdient dit segment bijzondere aandacht.

Generatieve AI in bedrijven: massale adoptie, gebruik nog steeds geconcentreerd
De wereldwijde enquête uitgevoerd door McKinsey in het voorjaar van 2024 stelt een duidelijke vaststelling vast: 65 % van de organisaties geeft aan regelmatig gebruik te maken van generatieve AI in ten minste één functie. Dit cijfer is bijna verdubbeld ten opzichte van de enquête die tien maanden eerder werd gehouden.
De details van het gebruik nuanceren deze snelle adoptie. Marketing en verkoop staan bovenaan, met 34 % van de respondenten die deze functie als eerste inzetgebied noemen. De kernfuncties (R&D, productie, engineering) blijven duidelijk achter.
| Indicator | Resultaat (McKinsey, voorjaar 2024) |
|---|---|
| Organisaties die regelmatig generatieve AI gebruiken | 65 % |
| Eerste genoemde functie van gebruik | Marketing en verkoop (34 %) |
| Ontwikkeling ten opzichte van 10 maanden eerder | Bijna verdubbeling van de adoptie |
De kloof tussen brede verspreiding en inzet op functies met hoge toegevoegde waarde geeft aan dat de meeste bedrijven zich nog in een experimentele fase bevinden. Generatieve AI produceert tekst, afbeeldingen, code, maar de integratie in industriële processen of onderzoek vereist langere aanpassingen.
CO2-voetafdruk van de digitale wereld: de gegevens tegenspreken de retoriek
De versnelling van AI en cloud heeft een meetbare milieuprijs. Een rapport van de UIT gepubliceerd over gegevens van 2024 schat de operationele emissies van de 200 grootste digitale bedrijven op 301 miljoen ton CO₂e, wat ongeveer 1,7 % van het wereldwijde elektriciteitsverbruik vertegenwoordigt.
Daarentegen zijn de klimaatverbintenissen van dezezelfde bedrijven niet in lijn met de groei van hun infrastructuren. Het trainen en infereren van grote AI-modellen vereist sterk toenemende rekenkracht, wat de energiebehoefte van datacenters omhoog duwt.
- De operationele emissies van de 200 grootste digitale bedrijven bedragen 301 miljoen ton CO₂e volgens de UIT.
- Het trainen van een groot taalmodel verbruikt energiehoeveelheden die bij elke generatie van het model toenemen.
- De beloften van “groene IT” van de sector worden nog niet vertaald in een meetbare daling van de totale emissies.

Europese technologische soevereiniteit: een structurele achterstand op AI-infrastructuur
Europa beschikt over onderzoeksvaardigheden, maar heeft een tekort aan de rekeninfrastructuur die nodig is voor AI. Een analyse van Bruegel wijst op een gebrek aan AI-rekenkracht op het continent, wat de overgang van onderzoek naar productie belemmert.
Dit tekort heeft directe gevolgen voor de markt. Europese bedrijven zijn sterk afhankelijk van Amerikaanse cloudleveranciers om hun modellen te trainen en uit te rollen. Deze afhankelijkheid creëert een risico voor de soevereiniteit over gegevens en beperkt de lokale innovatiemogelijkheden in de digitale sector.
Omgekeerd maken sommige gespecialiseerde initiatieven vooruitgang. De Nederlandse start-up Innatera ontwikkelt neuromorfe chips die zijn ontworpen om te functioneren met een verbruik van minder dan één milliwatt, waardoor Europa zich positioneert in het segment van embedded AI met zeer laag verbruik. Dit segment, dat minder kapitaalintensief is dan de grote taalmodellen, sluit beter aan bij de structuur van het Europese industriële weefsel.
Technologieën 2024: wat de kloof tussen belofte en uitrol onthult
De onderstaande tabel vat de werkelijke volwassenheid van de belangrijkste technologische trends van 2024 samen:
| Technologie | Adoptie | Industriële volwassenheid |
|---|---|---|
| Generatieve AI | Breed (65 % van de organisaties) | Geconcentreerd op marketing |
| Neuromorfe chips | Niche (defensie, sensoren) | Geavanceerde prototypes, eerste commerciële overeenkomsten |
| Europese AI-infrastructuur | Achterstand | Voortdurende afhankelijkheid van Amerikaanse cloud |
| Groene IT / digitale soberheid | Algemeen discours | Emissies stijgen (301 Mt CO₂e) |
De technologische trends van 2024 zijn beter te begrijpen door hun tegenstrijdigheden dan door hun aankondigingen. Generatieve AI verspreidt zich snel maar blijft beperkt tot perifere toepassingen in de meeste bedrijven. Neuromorfe chips openen een veelbelovende technische weg, gedragen door spelers zoals BrainChip en Innatera, zonder nog te profiteren van een massamarkt. De koolstofbalans van de digitale sector blijft toenemen ondanks de afgegeven toezeggingen.



